Estateplan

Bel (0118) 640 915 Contact

Fiscalist

De eigenwoning, echtscheiding  en de fiscus. Hoe bewandelt u de juiste fiscale weg? EstatePlan verzorgt voor u de contacten met de fiscalist. Alvast meer weten? Lees het artikel van fiscalist P. Caljouw van WEA en het artikel van belastingadviseur S. Jongedijk van Aangiftedoen.nl

 

De fiscale gevolgen van echtscheiding

De partnerregeling

Bij echtscheiding eindigt het fiscaal partnerschap. Het wel of niet zijn van elkaars partner is van belang voor zowel de inkomstenbelasting als voor de toeslagen. Het partnerschap eindigt op het moment dat een verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed is ingediend en de echtgenoten niet meer op hetzelfde woonadres staan ingeschreven bij de gemeentelijke basisadministratie (GBA).

In de aangifte inkomstenbelasting mogen fiscale partners gezamenlijke inkomens- en vermogensbestanddelen (zoals de eigen woning en de banksaldi) vrijelijk toerekenen tussen partners. Door echtscheiding eindigt uiteraard deze keuzemogelijkheid. In het jaar van echtscheiding kan er overigens nog voor worden gekozen om gezamenlijk aangifte te doen.

 

Eigenwoningregeling

Tijdelijke regeling voor 24 maanden

Als één van de echtgenote de echtelijke woning definitief heeft verlaten, vormt deze woning voor hem/haar strikt genomen geen eigen woning meer. Als hij/zij wel een deel van de hypotheekrente voor deze woning betaalt, zou deze hypotheekrente in feite niet meer fiscaal aftrekbaar zijn. Hiervoor geldt een bijzondere regeling: gedurende een periode van 24 maanden kwalificeert ook voor de vertrekkende partner deze woning nog als eigen woning, waardoor de door deze partner betaalde hypotheekrente ook nog aftrekbaar is. De periode van 24 maanden vangt niet aan niet op het moment waarop tot echtscheiding wordt verzocht (zoals bij het partnerbegrip), maar hierbij is het moment waarop de partner duurzaam gescheiden is gaan leven bepalend. Hierbij wordt uitgegaan van het moment waarop de vertrekkende partner zich elders heeft laten inschrijven in het GBA.

Stel dat één van de partners de echtelijke woning verlaat, waarbij de andere partner in de woning blijft wonen. Voor de vertrekkende partner geldt dan het volgende gedurende de periode van 24 maanden:

  • – In feite stelt de vertrekkende partner hierdoor zijn aandeel in de woning ter beschikking aan de achterblijvende partner. De vertrekkende partner mag zijn aandeel in het eigenwoningforfait als alimentatie in aftrek brengen;
  • – Deze alimentatie in de vorm van woongenot dient bij de achterblijvende partner als ontvangen partneralimentatie te worden verwerkt;
  • – Als de vertrekkende partner meebetaalt aan de hypotheekrente voor de echtgelijke woning, is deze hypotheekrente gedurende deze periode van 24 maanden aftrekbaar als eigenwoningrente;
  • – Voor de achterblijvende partner blijft de woning uiteraard een eigen woning, dit betekent dat deze partner het aandeel in het eigenwoningforfait bijtelt en het aandeel in de hypotheekrente hierop in aftrek brengt.

 

Als de vertrekkende partner ook het aandeel in de hypotheekrente van de achterblijvende partner betaalt, is hetgeen deze partner meer betaalt dan zijn/haar eigen aandeel aftrekbaar in de vorm van alimentatie. Deze alimentatie is bij de achterblijvende partner vervolgens belast. Echter de achterblijvende partner mag deze hypotheekrente vervolgens weer als hypotheekrente in aftrek brengen.

 

Gevolgen van toedeling van de woning

Als één van de partners de woning in het kader van de scheiding overneemt, kan deze partner voor de waarde van het overgenomen aandeel een lening aangaan. De rente op deze lening is gedurende 30 jaar fiscaal aftrekbaar. De partner die het aandeel in de woning overdraagt aan de andere partner krijgt te maken met de eigenwoningreserve. Indien sprake is van huwelijksvoorwaarden en geleend wordt om de andere partner “uit te kopen” kan sprake zijn van niet-aftrekbare rente.

 

Kapitaalverzekeringen eigen woning

Kapitaalverzekeringen die zijn afgesloten vóór 2001 kunnen in het kader van de verdeling van een huwelijks gemeenschap fiscaal zonder belastingheffing worden verdeeld, toegescheiden of verrekend tussen ex-echtgenoten.

 

Lijfrenten

Als gedurende de huwelijkse periode een lijfrentekapitaal is opgebouwd via een verzekeringsmaatschappij of bank, dient ook dit kapitaal tussen de partners te worden verdeeld. Ook hier geldt een fiscale faciliteit. Dit betekent de lijfrente van de ene partner zonder fiscale gevolgen aan de ander partner kan worden overgedragen, de begunstiging ten gunste van de ander kan worden gewijzigd wijzigen, of de lijfrente gedeeltelijk kan worden omgezet in een andere soort lijfrente.

 

Uitgaven voor levensonderhoud van kinderen

Na een scheiding zal het recht op kinderbijslag voor een kind aan één van de ouders worden toegekend. De andere ouder heeft dan geen recht op kinderbijslag. Als deze ouder wel bijdraagt in het levensonderhoud van zijn/haar kind, komt deze partner in aanmerking voor en (forfaitaire) aftrek. De voorwaarden voor deze aftrek zijn:

  • – het kind is jonger dan 21 jaar;
  • – het kind kan niet zelf in zijn onderhoud voorzien;
  • – de ouder heeft voor het kind geen recht op kinderbijslag op studiefinanciering
  • – de uitgaven door de ouder voor het kind bedragen in het kwartaal minimaal € 408.

 

Heffingskortingen

Omdat een aantal heffingskortingen afhankelijk is van het ontbreken van een fiscaal partner, zal de echtscheiding ook gevolgen hebben voor de heffingskortingen.

De heffingskortingen die hierbij van belang zijn:

  • – de uitbetaling van de heffingskorting aan de minstverdienende partner
  • – de inkomensafhankelijke combinatiekorting,
  • – de alleenstaande-ouderkorting

Patrick Caljouw FB